Blauwdruk hemelwater- en droogteplannen aangevuld voor afstromend hemelwater van onverharde oppervlaktes

In september 2021 publiceerde de CIW een blauwdruk. Daarmee kunnen lokale besturen aan de slag voor de opmaak van een hemelwater- en droogteplan. Intussen is ook de aangekondigde aanvulling voor het afstromend water van onverharde oppervlaktes beschikbaar. Daarover lees je hier meer.

Hoe rekening houden met afstromend hemelwater van onverharde oppervlaktes?

Een hemelwater- en droogteplan moet een integrale visie bevatten op al het hemelwater dat binnen een gemeente valt. Niet alleen van verharde oppervlaktes, maar ook van onverharde oppervlaktes zoals akkers, weiden en bossen stroomt hemelwater af. Bij hevige regen kan dat lokaal voor water- of modderoverlast zorgen. Het kan ook rioleringen en waterzuiveringsinstallaties extra belasten. Bovendien zorgt afstroming ervoor dat minder water in de bodem kan infiltreren.

Voor afstromend hemelwater van verharde oppervlaktes vormen de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwater en de code van goede praktijk voor rioleringssystemen de leidraad. Voor afstromend hemelwater van onverharde oppervlaktes bestaat een dergelijk kader nog niet.

De blauwdruk is aangevuld met een methodiek om het teveel aan hemelwater dat afstroomt van onverharde oppervlaktes te begroten. Hiermee wordt nu ook voor het buitengebied duidelijk welk volume water er zou moeten vastgehouden worden. De berekende waardes zijn als richtinggevende cijfers te beschouwen. Ze geven een indicatie van de uitdaging en vormen een startbasis voor het overleg in het buitengebied.

Tegen wanneer moeten lokale besturen over een goedgekeurd plan beschikken?

Om nog in aanmerking te komen voor watergerelateerde subsidies moeten lokale besturen ten laatste op 31 december 2024 over een goedgekeurd hemelwater- en droogteplan beschikken. Ook bestaande hemelwaterplannen, dit zijn plannen die vóór 21 maart 2022 door de gemeenteraad goedgekeurd zijn, moeten tegen eind 2024 in voldoende mate in overeenstemming zijn met de blauwdruk.

Het bestaande hemelwater- en droogteplan hoeft niet gebiedsdekkend te zijn, mits er een door de gemeente onderbouwde keuze is voor de uitwerking van de meest prioritaire zones. Voor deze zones moet er minstens een visie zijn die rekening houdt met wateroverlast en die algemene of specifieke maatregelen tegen droogte formuleert. Bestaande plannen moeten ook uitgaan van een evenwicht tussen afvoeren en vasthouden. Als dat niet het geval is, moet het plan aangepast worden tegen eind 2024. Een gebiedsdekkend plan moet ten laatste eind 2030 klaar zijn.