Risico’s in binneninstallaties voor kraanwater vragen gerichte aanpak

Waterinstallaties in gebouwen hebben een belangrijke invloed op de kwaliteit van kraanwater. De blijkt ook uit een analyse van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en het Departement Zorg. Deze analyse onderstreept de nood aan een gerichte aanpak.

Het kraanwater in Vlaanderen is van hoge kwaliteit. Dat bevestigen de jaarlijkse controles van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): 99,56% van de waterstalen aan de kraan voldoen aan de wettelijke normen. Wanneer de norm toch overschreden wordt, is de oorzaak vaak te vinden bij de aanleg of het gebruik en onderhoud van de waterinstallatie in een gebouw.

Analyse van binneninstallaties voor kraanwater in Vlaanderen

De VMM en het Departement Zorg voerden een algemene risicoanalyse uit van de binneninstallaties voor kraanwater in Vlaanderen.

Die analyse steunt op verschillende databronnen, waaronder drinkwaterkwaliteitsdata, meldingen van incidenten, keuringsgegevens en legionelladata. Op basis daarvan brachten ze de belangrijkste risico’s in kaart.

Belangrijkste risico’s

De analyse identificeert een aantal prioritaire risico’s die een impact hebben op de kraanwaterkwaliteit:

  • Lood: dit blijft het meest prioritaire gezondheidsrisico.
  • Wanverbindingen: jaarlijks komen incidenten voor waarbij drinkwater vermengd raakt met regenwater of afvalwater. Met de nieuwe hemelwaterverordening verwachten de VMM en het Departement Zorg dat dit risico zal toenemen.
  • Verkeerd gebruik van alternatieve waterbronnen: bijvoorbeeld het gebruik van regenwater voor toepassingen waarvoor dat niet geschikt is, zoals douches.
  • Legionella: risico’s ontstaan onder meer door stilstaand water, temperatuurinvloeden, vorming van biofilm of onvoldoende isolatie.

Andere vastgestelde risico’s

Daarnaast zijn er ook minder significante risico’s:

  • Migratie van metalen: uitloging van nikkel, koper en chroom zorgt soms voor normoverschrijdingen. Voor ijzer worden relatief vaak overschrijdingen vastgesteld, meestal door corrosie.
  • Hygiëne van de binneninstallatie: slecht onderhoud, stilstaand water en biofilmvorming leiden regelmatig tot overschrijdingen van onder meer E. coli, intestinale enterokokken, ijzer en coliformen.
  • Waterontharders: zoutgebaseerde ontharders verhogen de natriumconcentraties en kunnen de saturatie-index (een maatstaf voor de agressiviteit van water) verstoren, wat het risico op corrosie verhoogt.
  • Opkomende stoffen: voor PFAS, vinylchloride, bisfenol-A en andere stoffen worden vandaag weinig of geen overschrijdingen vastgesteld, maar blijvende aandacht blijft nodig.

Van analyse naar actie

De analyse maakt duidelijk dat binneninstallaties een belangrijke schakel zijn in het bewaken van de kraanwaterkwaliteit. De geïdentificeerde risico’s vragen een gerichte aanpak, zowel op het vlak van installatie, gebruik als onderhoud.

De aanpak van deze risico’s is de basis van het actieplan aanleg binneninstallaties, dat kadert binnen het Vlaams Drinkwaterbesluit. Dit actieplan richt zich op het beheersen en verminderen van risico’s in installaties achter de watermeter.

De recente publicatie van een nieuwe Technische Voorlichting voor de aanleg van binneninstallaties voor kraanwater door Buildwise, waaraan AquaFlanders heeft meegewerkt, is hierin een eerste belangrijke stap. Dit referentiedocument bundelt goede praktijken voor het ontwerp en de uitvoering waarmee ontwerpers, installateurs en leveranciers concreet aan de slag kunnen.